Tweede verblijven

Het bestaan en het gebruik van woon- of verblijfsentiteiten waar niemand is ingeschreven in het bevolkingsregister geeft aanleiding tot kosten betreffende investeringen in onder andere openbaar domein, openbare dienstverlening, veiligheid en administratie die door de gemeente worden gedragen. De gebruikers van tweede verblijven, zijnde de eigenaar, huurder of een andere gebruiker, halen voor die woon- of verblijfsentiteiten wel voordeel uit de gemeentelijke dienstverlening, doch dragen er niet fiscaal toe bij, zodat het redelijk verantwoord is dat ook voor tweede verblijven een billijke bijdrage wordt geleverd en dat op de tweede verblijven een belasting wordt geheven.

Tweede verblijven verhogen de druk op de residentiële woningmarkt, in het bijzonder in de woongebieden en vergelijkbare gebieden. De gemeente wenst het duurzaam residentieel wonen in deze meest geëigende gebieden te beschermen. Daartoe worden hogere tarieven op tweede verblijven voorzien in die gebieden. Verder is het ook wenselijk tweede verblijven in ruimtelijk kwetsbare gebieden (in de zin van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) te ontraden, ook daartoe worden hogere tarieven voorzien.

Procedure

Als tweede verblijf wordt beschouwd elke woon- of verblijfsgelegenheid, waarvoor niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister op 1 januari van het aanslagjaar.

Een tweede verblijf kan zowel een residentiële woning voor occasioneel gebruik zijn, als een recreatief verblijf.

Voorwaarden

Worden beschouwd als tweede verblijf:

  • Landhuizen, bungalows, villa's, appartementen, studio's, weekendhuisjes, optrekjes, chalets en alle vaste woon- of verblijfsgelegenheden met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans of stacaravans, en ongeacht of voormelde woon- of verblijfsgelegenheden ingeschreven zijn in de kadastrale legger;
  • Een verblijf dat tegelijkertijd kan worden gebruikt als woon- of verblijfsgelegenheid en voor de uitoefening van een beroepsactiviteit, maar niet tot hoofdverblijf dient.

Uitzonderingen

Worden niet beschouwd als tweede verblijf:

  • Het verblijf uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit; het louter vestigen van een maatschappelijke zetel wordt niet beschouwd als een gebruik voor een beroepsactiviteit;
  • De tenten, woonaanhangwagens, motorhomes en verplaatsbare caravans, tenzij zij ten minste 6 maanden opgesteld blijven om als woon- of verblijfsgelegenheid te worden aangewend;
  • De woon- of verblijfsgelegenheid die onbewoonbaar, ongeschikt of onveilig is;
  • De woon- of verblijfsgelegenheid die werd opgenomen in het leegstandsregister;
  • Nood- en crisiswoningen;
  • Een toeristisch logies dat is aangemeld bij Toerisme Vlaanderen.

Belasting

De belasting is verschuldigd door de houder van één van de hierna vermelde zakelijke rechten op het betreffende verblijf op 1 januari van het aanslagjaar:

  • de volle eigendom;
  • het recht van opstal of van erfpacht;
  • het vruchtgebruik.

In geval meerdere personen houder zijn van het zakelijk recht wordt de belasting uitgesplitst volgens het aandeel van elke belastingplichtige in de eigendom. Elke mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de algehele belasting.

De belasting is ondeelbaar en voor het ganse aanslagjaar verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon, die op 1 januari van dat jaar eigenaar is van het goed dat het voorwerp uitmaakt van de belasting.

De belasting is verschuldigd op 1 januari van het aanslagjaar.

De belasting wordt vastgesteld op:

  • 600 euro per jaar per tweede verblijf in gebieden voor verblijfsrecreatie;
  • 1000 euro per jaar per tweede verblijf in overige gebieden.

Bezwaar tegen de belasting

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de 3de werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Naar top